Lesbos is samen met nog een aantal plekken in Europa uitgeroepen tot hot spot. Dit betekent dat de vluchtelingen na aankomst in de EU hier als eerste geregistreerd worden. Sinds de EU-Turkijedeal in werking is getreden, worden vluchtelingen ontvangen door Frontex, vervolgens vindt de eerste registratie plaats in Moria. Hoe het proces precies is opgezet en waar men tegenaan loopt, staat centraal tijdens ons bezoek aan Lesbos. Maar ook zijn we zoek de sporen van de 500.000 vluchtelingen die in de afgelopen jaar zijn aangekomen op dit eiland, 10 kilometer voor de Turkse kust.

Skala Sikamineas

Skala Sikamineas is een klein dorpje aan de noordkust van Lesbos. Een dorpje waar de contrasten groot zijn: naast een pittoresk restaurantje met een even pittoreske haven bevindt zich het strand dat vele vluchtelingen met gevaar voor hun leven probeerden te bereiken. De Turkse kust is zichtbaar vanaf dit strand, dus het laat zich raden waarom vluchtelingen juist dit strand aandoen.

Wanneer wij er zijn, is er echter geen bootje of hulpverlener te zien. Op het strand liggen alleen nog de resten van bootjes en zwemvesten. Ook zien we een opblaasband, bedoeld voor kinderen in het zwembad.

Er is wel een vrijwilliger van Lighthouse Refugee Relief Lesvos. Hij vertelt dat hoewel er al een week geen vluchtelingen meer aangekomen zijn, de zee nog steeds 24/7 in de gaten gehouden wordt. Wanneer een bootje gesignaleerd wordt, is een enkel signaal aan de hulpverleners genoeg om alle hulp weer in stelling te brengen.

Hij wijst naar een bootje verderop. Het is een bootje geschikt voor 12 personen, maar er werden 46 vluchtelingen op vervoerd, onder wie 14 kinderen. Met een speedboot duurt het een halfuur om de oversteek te maken, andere boten doen er zo’n anderhalf uur over. Met een speedboot omzeil je de trage fregatten van de NAVO, Frontex en de Turkse kustwacht. Daarmee is dit de nieuwste manier om de oversteek te maken.

Terwijl we naar de zee kijken, is het enigszins mogelijk een voorstelling te maken van de wanhoop die de vluchtelingen gevoeld moeten hebben, om tot de beslissing te komen deze gevaarlijke overtocht maken.

Rondom het strand zijn verlaten faciliteiten te zien. Een ambulance staat klaar, er is een geïmproviseerd opvangkamp. De sporen van de vrijwilligers zijn ook nog niet uitgewist: een wasbak met tandenborstels staat er nog. Het maakt duidelijk dat de hulpverleners verwachten dat de bootjes weer zullen komen. In de tussentijd maken zij de stranden schoon zodat het dorpje klaar is voor het toeristische zomerseizoen.

Frontex

In de haven van Mytilini is het kantoor van Frontex gevestigd in een container. We worden ontvangen door de coördinator, enkele medewerkers van de ondersteuning en een groep Nederlanders. Samen maken de Nederlanders deel uit van het Border Security Team II (BST II), BST I is op Chios gevestigd. Het BST II-team bestaat uit medewerkers van de Koninklijke Marechaussee, Justitie en Politie. Op Chios zijn ook mensen van de IND lid van het team.

Het BST heeft een bescheiden taak, aldus het hoofd van het team: de identificatie en registratie van de migranten in Moria. Er worden vingerafdrukken afgenomen, documenten worden gecontroleerd op echtheid. De medewerkers van het ministerie van Veiligheid en Justitie zorgen met drie wagens voor vervoer van vluchtelingen van bijvoorbeeld Moria naar het ziekenhuis. Dat doen ze op verzoek van de lokale politie. Afgelopen zaterdag kwam dat 10 keer voor, een dag eerder ging het om 30 mensen. De Nederlandse politie maakt voor het eerst in zo’n Frontex-team en is voornamelijk betrokken bij het begeleiden helpen van de lokale politie.

Sinds er op Lesbos ook machines zijn voor falsificatie herkenning (via Eurodac) kunnen veel meer aanvragen verwerkt worden. 25% van de mensen die aankomen, heeft documenten en 10% daarvan is vals. Die worden direct vernietigd. Sinds 1 april is iedere nieuwkomer geregistreerd.

Frontex ondervindt weinig problemen in de samenwerking met Turkije, het gaat vooral om informatie uitwisseling, zoals bijvoorbeeld schending van de grenzen. Ze zien dat de route nu weer verplaatst, via Libië naar Italië.

Ook is Frontex betrokken bij het transport en begeleiding van de Syriërs die voor hervestiging in aanmerking komen, maar dan wel eerst terug naar Turkije worden gestuurd. Elk transport wordt onderworpen aan een risico analyse en gaat steeds in overleg met de lokale autoriteiten. Tot nu (eind april) zijn 325 mensen teruggestuurd. Het is wel lastig omdat eerder pas laat bekend werd wanneer er een boot naar Turkije vertrekt. Dat is besproken en nu horen ze het meestal twee dagen van te voren. Dat is voldoende voorbereidingstijd.

Meer dan 2000 mensen zitten nog steeds in de procedure. Frontex is daarbij niet betrokken, hun werk houdt op na de eerste registratie. Voor Lesbos heeft Frontex voldoende capaciteit met 400 mensen.

Dit Frontex-team controleert de kustgebieden in een gemengd team met de Grieken. De lokale autoriteiten checken de veerboten die naar andere delen van Griekenland vertrekken. Iedere dag zijn er ongeveer 10 gevallen van poging tot oversteken met de veerboten. Mensen proberen van Lesbos naar Chios te komen en vervolgens naar Piraeus. Voor zover bekend, is er geen mensensmokkel van Lesbos naar het Griekse vasteland.

BST II is op 31 maart begonnen en de missie duurt tot 1 juli. Dan wordt geëvalueerd of er nog een missie plaatsvindt. De Frontex-coördinator hoopt in ieder geval dat de Nederlandse regering besluit tot verlenging.

Moria

In dit registratiekamp wonen 3500 mensen op een locatie voor ongeveer 2000 mensen, onder wie ongeveer 150 amv’s. Pakistanen zitten opgesloten omdat zij worden teruggestuurd (zij vragen ook geen asiel aan). We hebben geen toestemming gekregen om Moria te bezoeken. Natuurlijk rijden we er wel heen. Het is een oude militaire basis die tot kamp is omgebouwd. De hoge hekken met prikkeldraad en de wachttorens op het terrein vallen direct op. We horen van vrijwilliger dat een week eerder het prikkeldraad welgeteld een dag is verwijderd, namelijk toen de paus het kamp bezocht.

Van een plattegrond die we hebben, weten we hoe het kamp is ingedeeld. Zo zijn achterin de wc's en douches en daar is ook elektriciteit waarmee mensen hun telefoons opladen. Een drukke plek dus. We lopen om het kamp heen naar de achterkant. Daar blijken gaten in het draadwerk te zitten waar mensen doorheen naar buiten komen. Ze willen niet met ons praten, maar van anderen begrijpen we dat ze waarschijnlijk naar Mytilini gaan om daar geld te pinnen, of even gaan eten in het Syrische restaurant in de haven, of misschien babypoeder kopen. Allemaal zaken die ze in het kamp niet kunnen doen. In de avond zullen ze door hetzelfde gat in het hek weer terug het kamp in komen. De medewerkers van het Griekse ministerie van Binnenlandse Zaken, eigenaar van het kamp, staat dit oogluikend toe.

We spreken met enkele vluchtelingen. Bijna allemaal zitten ze er al veel langer dan eigenlijk zou mogen. Volgens het Griekse recht, mogen de vluchtelingen niet langer dan 25 dagen vastgehouden worden. Het is onduidelijk wat er met deze groep gaat gebeuren.

Save the Children, UNHCR, Artsen zonder Grenzen hebben zich teruggetrokken om signaal af te geven dat ze het niet eens zijn met de detentie. De directeur van Moria is hier zeer gefrustreerd over. Zij heeft de hulp van de NGOs nodig omdat ze het met haar eigen budget niet redt. Heel paradoxaal komt dit door afspraken die met Griekenland zijn gemaakt door de Eurogroep.

Door de bezunigingen die Griekenland moet doorvoeren, heeft de regering onvoldoende budget om de kampen goed te bemensen en kan zij bijvoorbeeld ook geen mensen aannemen bij de asieldienst die de gehoren binnen de asielprocedure kunnen voeren of beslisambtenaren. In Moria zijn ze dan ook bijna geheel afhankelijk van de (internationale) NGO's om hulp te verlenen, eten uit te delen en eerste hulp te geven.

Als we 's avonds nog een keer teruggaan, is de sfeer een stuk grimmiger. Er staat een bus met oproerpolitie buiten het kamp. We horen geschreeuw en gebonk. Dat gaat heel lang door. We zien het licht in de barakken waar de alleenstaande minderjarigen verblijven heel lang aanblijven, even uitgaan en vervolgens weer aan. Weinig nachtrust voor de bewoners. De oproerpolitie gaat niet naar binnen. Later horen we van een vrijwilliger dat er midden in de nacht nog een opstootje was in die barakken waar zij te hulp moesten schieten.

Kara Tepe

De meerderheid van de mensen in dit kamp is na 20 maart gekomen. Het gaat om kwetsbare groepen. In Kara Tepe verblijven 950 mensen. Sommigen zijn direct door Frontex als kwetsbaar aangemerkt, anderen komen na de eerste registratie via EASO door. De eersten hebben geen briefje met ‘four digits’, vier cijfers, de anderen wel. Een aantal mensen heeft aangegeven terug te willen naar Turkije omdat ze ‘fed up’ zijn. Iedereen heeft een armbandje om. Zo hebben ze ook mensen kunnen pakken die niet in Kara Tepe horen. UNHCR, dat dit kamp runt, ziet de volgende problemen: mensen hebben geen (toegang tot) cash, kinderen die off site rennen naar Mytilini. 

Mensen die na 25 dagen vrijkomen krijgen een nieuwe 'status' van de Griekse politie, met een geografische beperking: ze mogen het eiland niet af, maar het kamp wel uit. Zoals Sarah van UNHCR, die ons rondleidt zegt: 'The legal limbo is quite a frustration for the refugees.'

Sommige mensen zijn soms wel acht maanden in Kara Tepe, terwijl het kamp daarvoor niet bedoeld is. Aansluitend ontmoeten we Stavros, de rechterhand van de burgemeester van Mytilini die ook de burgemeester van het kamp is. Hij vertelt dat Kara Tepe sinds april 2015 bestaat. Toen waren er nog geen NGO's en deed de gemeente alles. Op een gegeven moment verbleven er 10.000 mensen op het terrein. Inmiddels hebben ze het met de hulp van 13 NGO's goed kunnen organiseren. Lees hier het gesprek dat we met medewerkers van EASO hadden.

Pipka

Hier wonen ongeveer 80 kwetsbare vluchtelingen. Het kamp wordt gerund door lokale NGOs en vrijwilligers, ook financieel. Ze willen niet worden aangemerkt als officiële opvang. We zien dat gebruikte zwemvesten verzameld worden in een naaiatelier en gerecycled tot tasjes en portemonnees die verkocht kunnen worden.

Els Maes woont al meer dan 30 jaar op Lesbos. Zij zegt over Pikpa: ‘Pipka was eigenlijk niet voor vluchtelingen. Pipka was er al in de crisistijd. ‘Het dorp van allemaal samen’ werd het genoemd en is opgericht om mensen op het eiland te helpen. Tijdens de economische crisis was het vooral gericht op arme Grieken. Het was de bedoeling om een soort alternatieve ruileconomie op gang te brengen. Toen zijn ze vluchtelingen gaan opvangen in het kamp, op een campingplaats die ze met veel moeite hebben bemachtigd. Nu vangen ze zwaar getraumatiseerde mensen op, gezinnen die kinderen zijn verloren op de overtocht, mensen met oorlogswonden.

Het dreigt gesloten te worden. De burgemeester heeft gezegd dat het dicht moet. Er zou Europees geld komen voor een nieuw project voor jongeren op die plek. Dat Europese geld zou binnen gehaald zijn. Het is ironisch, aan de ene kant probeert hij de nobelprijs voor de vrede te krijgen voor het eiland en aan de andere kant wordt de lokale organisatie om zeep geholpen. Hiertegen is een petitie opgezet. Pipka is een heel open plek, een heel vriendelijke plek, maar wordt dus gesloten. Alles moet naar Moria, alles gemilitariseerd en vol politie. Het is heel akelig want vluchtelingen worden beschouwd als criminelen.’ Lees hier het interview met Els Maes waarin ze vooral in gaat op de geschiedenis van Lesbos, de gebeurtenissen van 2015 en de manier waarop de lokale bevolking met de grote instroom van vluchtelingen is omgegaan.

Praksis

Praksis is een lokale Griekse ngo. We spreken met hen over de opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's). In Moria zitten meer dan 150 kinderen, daar is echter onvoldoende capaciteit. De amv's komen vooral uit Afghanistan, Pakistan en Syrië. Praksis biedt samen met twee andere organisaties opvang aan 50 kinderen in zogenaamde overgangschuilplaatsen (transit shelters). Binnenkort openen ze een nieuwe opvang met meer plek.

Voor amv's ziet het proces er alsvolgt uit: eesrt naar Moria voor de eerste ontvangst. Het National Solidarity Centre beoordeelt de kwetsbaarheid en prioriteit. Praksis is de voogd. Voor de EU-Turkijedeal bleven de kinderen gemiddeld drie dagen, daarna reisden ze door naar Idomeni. Nu zitten ze soms wel veertig dagen in Moria, terwijl juridisch 25 dagen het maximum is. De kinderen volgen overdag onderwijs en hebben een plek om hun creativiteit kwijt te kunnen. Nu Griekenland een bestemmingsland is geworden, moet Praksis ook de eigen toekomst opnieuw invullen. Het belangrijkste is dat er een goede stichting voor hen komt.

Silver Bay 

Het hotel met 88 kamers (236 bedden) is beschikbaar gesteld door Caritas, dat het hele hotel huurt. Tot 1 april 2015 hadden ze te maken met groepen op doorreis, die 1 tot 3 dagen bleven. Het ging om de meest kwetsbaren. In Silver Bay vond een tweede screening plaats en kregen de mensen een basis medische behandeling. Vervolgens reisde ze door naar Idomeni. Dit is veranderd sinds de deal. 

Kwetsbare groepen kunnen nu hier hun procedure afwachten, nadat zij in Moria geregistreerd zijn. De Griekse asieldienst neemt direct contact op om ze uit te nodigen voor het definitieve gesprek in Athene. Als zij in aanmerking komen voor relocatie moeten zij vaak ook op gesprek bij de betreffende ambassade in Athene. De meeste mensen keren na het interview terug naar het hotel om het besluit af te wachten (ongeveer een maand). Vrijwel iedereen van de huidige bewoners heeft eind mei een afspraak in Athene. 

Caritas organiseert Engelse en Duitse les, yoga klassen. Maar ook cursussen in financieel management, geografie en ouderschap. Hervestiging vond tot nu toe plaats naar Slovenië, Portugal en Frankrijk. Luxemburg koos een rijke, hooopgeleide familie.

 

Deelnemers aan deze missie: Werry Crone (fotograaf), Thea en Iana Hilhorst (respectievelijk lid van de denktank en onderzoeksassistent), Michiel Kruyt (beleidsmedewerker PvdA Europees Parlement), Mariska Pijpers (WBS), Kati Piri (PvdA Europees Parlement), Monika Sie Dhian Ho (WBS) en Annelies Pilon (secretaris van de denktank).